Wintertijd en zomertijd met een baby of peuter: zo pas je het ritme aan

Wintertijd en zomertijd met een baby of peuter: zo pas je het ritme aan

Eén keer per jaar krijg je er een uur bij. Voor jou klinkt dat als uitslapen. Maar je kind weet niet dat de klok is verzet. Hij wordt gewoon wakker op zijn eigen tijd, en die is ineens een uur vroeger.

De wintertijd gaat in op de laatste zondag van oktober (in 2026 is dat zondag 25 oktober). Om drie uur ’s nachts gaat de klok terug naar twee uur. Op de laatste zondag van maart begint de zomertijd, en gaat de klok juist een uur vooruit. Hieronder lees je wat er gebeurt en hoe je het ritme rustig meeschuift. Er is niet één goede manier. Kies wat bij jouw kind en jullie gezin past.

Wat er gebeurt als de klok teruggaat

Het lijfje van je kind heeft een eigen klokje. Dat verzet je niet met één draai. Werd je kind altijd om zeven uur wakker? Dan wordt hij de ochtend na de klokwissel om zes uur wakker, volgens de klok op de muur. Voor hem is het gewoon zeven uur.

Dat geldt voor de hele dag. Het dutje van half tien voelt als half elf, en om zes uur ’s avonds is hij eigenlijk al toe aan bed. Voor vroege vogels is dit de lastigste wissel: wie om zes uur wakker werd, staat ineens om vijf uur naast je bed. Meer over vroege ochtenden lees je in De vroege vogel.

Drie manieren om mee te schuiven

1. Geleidelijk, in de week ervoor. Schuif een week van tevoren bedtijd, dutjes en maaltijden om de dag of twee een kwartiertje later. Op zondag is je kind dan al bijna aan de nieuwe tijd gewend. Dit werkt fijn bij kinderen die snel van slag raken. Houd de kamer donker en begin de dag pas op de nieuwe tijd: gordijnen open, “Goedemorgen, het is ochtend!” Is hij al eerder wakker, dan mag hij rustig bij je zijn of nog even liggen.

2. Halverwege. Liever geen gedoe vooraf? Dan doe je op zondag alles halverwege. Je kind gaat om half zeven naar bed, en dat voelt voor hem als half acht. Dutjes en maaltijden schuiven ook een halfuur op. Na een paar dagen stap je over op de nieuwe tijd, eventueel met een tussenstapje van een kwartier.

3. Meteen overstappen. Je doet vanaf zondag alles op de nieuwe tijd. Dat kan prima bij flexibele kinderen, die goed tegen een wat later dutje of een late avond kunnen. Help je kind de eerste dagen gerust wat extra. Merk je dat hij over zijn grens raakt, druk of huilerig wordt? Stap dan over op route 2.

Voorbeeldschema: bedtijd 19:00, opstaan 7:00

Alle tijden zijn volgens de klok op de muur.

Route 1: geleidelijk

DagDag begintBedtijd
Maandag7:0019:15
Dinsdag7:1519:15
Woensdag7:1519:30
Donderdag7:3019:30
Vrijdag7:3019:45
Zaterdag7:4519:45
Zondag (klok een uur terug)6:45 (voelt als 7:45)19:00 (voelt als 20:00)
Maandag7:0019:00

Route 2: halverwege

DagDag begintBedtijd
Zaterdag7:0019:00
Zondag (klok een uur terug)rond 6:00-6:30 (voelt als 7:00-7:30)18:30 (voelt als 19:30)
Maandag en dinsdag6:3018:30
Woensdag6:4518:45
Vanaf donderdag7:0019:00

Kijk naar je kind én de klok; je kind gaat voor.

Jonge baby’s: volg je kind, niet de klok

Tot een maand of vier heeft je baby nog geen vast dag-en-nachtritme. Hij volgt nog geen klok, dus je hoeft ook niets te schuiven. Houd gewoon zijn wakkertijden aan en kijk naar zijn slaapsignalen, zoals altijd. Dat de voedingen en dutjes op de klok een uur verschuiven, is prima.

Dutjes schuiven mee

Schuif dutjes en maaltijden in dezelfde stapjes mee als de bedtijd. Is de ochtend de eerste dagen te lang voor je kind? Dan mag het eerste dutje wat eerder, en schuif je het in een paar dagen naar de gewone tijd. Wordt een dutje korter? Een iets vroegere bedtijd vangt dat op. Slaap zorgt voor slaap.

Licht als hulp

Licht is de sterkste wekker voor het klokje in het lijfje.

  • ’s Ochtends daglicht. Gordijnen open zodra de dag begint, en ga ’s ochtends even naar buiten, ook als het grijs is.
  • ’s Avonds dimmen. Een uur voor bedtijd de grote lampen uit en een schemerlampje aan. Schermen gaan liefst al anderhalf uur voor bedtijd uit.
  • Een donkere slaapkamer. Zo lijkt de vroege ochtend nog op nacht. Dicht de kieren, ook tegen licht van straatlantaarns of auto’s.

Peuters en de okay-to-wake-klok

Heeft je peuter een okay-to-wake-klok? Schuif die mee, een kwartier per keer. Bij route 1 gaat het lampje in de week ervoor steeds een kwartiertje later op groen. Bij route 2 zet je hem op zondag op half zeven en schuif je daarna in stapjes weer op naar zeven uur. Kijk op zondag ook of het klokje zelf de nieuwe tijd aangeeft. Niet elke klok verzet zichzelf.

Er is weinig onderzoek naar zo’n klok. Zie hem als hulpmiddel, niet als oplossing. Groen is een fijn moment, geen prijs. En is je peuter verdrietig of bang, dan ga je naar hem toe, groen of niet.

En de zomertijd in maart?

Op de laatste zondag van maart (in 2027 is dat zondag 28 maart) gaat de klok om twee uur ’s nachts een uur vooruit, naar drie uur. Dan werkt het precies andersom. Om zeven uur ’s avonds is je kind nog niet moe, want voor hem is het pas zes uur. En ’s ochtends slaapt hij op de klok een uur langer.

Je gebruikt dezelfde drie routes, maar dan de andere kant op: in de week ervoor om de dag of twee een kwartiertje eerder, op zondag halverwege (bedtijd half acht), of meteen.

Het lastigste zijn de lichte avonden. Maak de slaapkamer goed donker en dim ’s avonds het licht in huis. Voor vroege vogels is de zomertijd vaak de makkelijkste wissel.

Geef het een week

Meestal is een kind binnen een week gewend. Is je kind in die dagen wat hangeriger of wordt hij vaker wakker? Geef hem dan extra nabijheid. Dat verwent niet. Het geeft houvast.

Zet in deze week liever geen andere grote stappen, zoals minder helpen bij het inslapen of een dutje laten vallen. Valt de klokwissel samen met een onrustige periode, een tandje of een reis? Lees dan ook Slaapregressie bij baby’s en peuters of Slaapregressie op vakantie.

Jij hoeft niet perfect te zijn

Is het zondag en ben je vergeten te schuiven? Geen probleem. Route 2 of 3 kan altijd nog. Het gaat niet om de minuten, maar om rust en voorspelbaarheid. Een paar vroege ochtenden, dat komt goed. Wissel de vroege diensten af met je partner. Jouw slaap telt ook.

Veelgestelde vragen

Wanneer gaat de wintertijd in?

Op de laatste zondag van oktober. Om drie uur ’s nachts gaat de klok terug naar twee uur. De zomertijd begint op de laatste zondag van maart: dan gaat de klok om twee uur ’s nachts vooruit naar drie uur.

Wat doe ik als de wintertijd ingaat?

Schuif een week van tevoren bedtijd, dutjes en maaltijden om de dag of twee een kwartiertje later. Of doe op zondag alles halverwege en stap na een paar dagen over op de nieuwe tijd. Of stap in één keer over en help je kind een paar dagen extra. Meestal is een kind binnen een week gewend.

Moet ik bij mijn baby van twee maanden ook schuiven?

Nee. Tot een maand of vier volgt je baby nog geen klok. Houd gewoon zijn wakkertijden aan en kijk naar zijn slaapsignalen. Dat alles op de klok een uur verschuift, is geen probleem.

Mijn kind is na de wintertijd om vijf uur wakker. Wat nu?

Heel herkenbaar: voor hem is het zes uur. In onze cursussen behandelen we alles vóór zes uur als nacht. Help hem zoals je ’s nachts doet, houd het donker en rustig, en begin de dag rond zes uur met een duidelijk moment: gordijnen open, “Goedemorgen!” Schuif daarna bedtijd, dutjes en maaltijden in kleine stapjes naar de nieuwe tijd.

Moet ik de okay-to-wake-klok verzetten?

Ja. Schuif hem mee in stapjes van een kwartier, in hetzelfde tempo als de bedtijd. Kijk ook of het klokje zelf de nieuwe tijd aangeeft, want niet elke klok doet dat vanzelf.

Wat is het verschil met de zomertijd?

Bij de zomertijd gaat de klok vooruit. Je kind is ’s avonds dan later moe en slaapt ’s ochtends op de klok langer. Je schuift dus de andere kant op, en je let vooral op een donkere slaapkamer, omdat het ’s avonds lang licht is.

Hulp nodig?

In onze online cursussen leer je per leeftijd hoe je ritme als houvast gebruikt, ook als de klok verspringt of het leven even anders loopt. Zonder laten huilen, met jou erbij. Loop je vast? Boek dan een persoonlijke online sessie met iemand van het PIP-team.

Dit artikel vervangt geen medisch advies. Maak je je zorgen over je kind, neem dan contact op met je huisarts of het consultatiebureau.