Slaapregressie 18 maanden: waarom het gebeurt en wat helpt

Slaapregressie 18 maanden: waarom het gebeurt en wat je doet

Je had het gevoel dat jullie het ritme te pakken hadden. En dan, alsof er een schakelaar omgaat: bedtijd wordt een strijd, je dreumes is ’s nachts weer wakker en het middagdutje wordt geweigerd. Hij klampt zich aan je vast, en een minuut later roept hij “nee!”.

Dat voelt als een stap terug, maar het is het omgekeerde. “Slaapregressie” is een populaire term, geen wetenschappelijke. Je kind groeit, en groeien is soms onrustig. In dit artikel lees je wat er rond anderhalf jaar speelt en hoe je helpt, warm en duidelijk tegelijk.

Herken je dit?

  • Hevig protest bij bedtijd: huilen, rekken, nog een boekje, nog een slokje.
  • Vaker wakker ’s nachts, terwijl het eerst goed ging.
  • Het middagdutje wordt een strijd.
  • Overdag aanhankelijk, sneller gefrustreerd, meer driftbuien.
  • Staan of klimmen in bed.

Wat er speelt rond 18 maanden

Ik wil zelf, maar blijf wel dichtbij. In het tweede jaar gebeuren twee dingen tegelijk. Je dreumes loopt steeds verder bij je weg, maar kijkt telkens om of je er nog bent. De Amerikaanse kinderartsen beschrijven dat veel kinderen het vanaf ongeveer 15 tot 18 maanden opnieuw moeilijker krijgen met afscheid, juist omdat ze steeds meer zelf gaan doen. En tegelijk ontdekt hij zijn eigen wil: “nee!” en “zelf doen!” worden favoriete woorden. Dat is geen onwil, het is een kind dat groeit.

Oorzaak en gevolg. Je kind leert nu volop over oorzaak en gevolg: als ik dit doe, gebeurt er dat. Dat test hij ook bij bedtijd. (De ‘sprongen’ uit Oei, ik groei! op vaste momenten zijn wetenschappelijk omstreden; kijk vooral naar je eigen kind.)

Een lijf en een brein vol nieuwe dingen. Je dreumes rent, klimt en maakt tussen 18 en 24 maanden vaak zijn eerste tweewoordzinnetjes. Tijdens de slaap wordt verwerkt wat je kind overdag leerde. Of dat de slaap zelf onrustiger maakt, is niet goed onderzocht. Veel ouders zien het wel.

Het ene middagdutje. De overgang van twee naar één dutje valt tussen 12 en 18 maanden, vaak rond 15 maanden. Doet jouw kind nog twee dutjes, dan kan hij nu spelen. De overgangsfase is vaak pittig: het ochtenddutje lukt niet meer, maar de lange ochtend is nog zwaar. Hoe je zacht overstapt, lees je in Van 2 naar 1 dutje.

Hoektanden en kiezen. De eerste kiezen komen meestal tussen 13 en 19 maanden, de hoektanden tussen 16 en 23 maanden. Een tandje geeft vaak een paar onrustige nachten, geen weken.

Hoe lang duurt het?

Meestal wordt het na een paar dagen tot een paar weken weer rustiger. Een voorspelbare, liefdevolle aanpak helpt: dezelfde woorden, hetzelfde ritueel, en troost als het te groot wordt.

Ritme als houvast rond 18 maanden

 Rond 18 tot 24 maanden (gemiddeld)
Dutjes1 middagdutje van 1,5 à 2 uur, start rond 12:00-12:30
Wakkertijd4 à 5 uur
Bedtijd18:30-19:30
Slaap per etmaal13 à 14 uur (een gezonde marge is 11 tot 14 uur)

Zit je kind nog in de overgang? Kort het ochtenddutje stap voor stap in, schuif het middagdutje met kwartiertjes naar voren, en wissel af als een dag zwaar is. Op dagen met een dutje minder mag hij gerust een halfuurtje eerder naar bed. Gaat hij naar de opvang? Lees ook Opvang en slaap. Een vroege bedtijd is vaak juist de oplossing, geen latere. Maar ligt je kind elke avond vrolijk te kletsen, dan was hij misschien nog niet moe genoeg. Kijk naar je kind én de klok; je kind gaat voor.

Protest bij bedtijd: warm én duidelijk

Achter protest zit bijna altijd een behoefte. Kijk eerst wat het is:

Wat je zietWat erachter kan zittenWat helpt
“Nee!”, wegdraaien, zelf willen doenEigen wilKleine keuzes over het hoe, niet over het of
Huilen zodra je weggaat, vastklampenScheidingsangstOverdag veel nabijheid, echt afscheid nemen, een vaste zin
Boos bij het woord “bed”, maar snel slapen zodra hij ligtNiets willen missenEen voorspelbaar ritueel, rustig blijven
Overdreven druk, huilerigTe moeEerder naar bed, beter dutje
Vrolijk spelen en kletsen in bedNog niet moe genoegDutje korter of eerder, of bedtijd iets later

Groter, sterker, wijzer en liefdevol. Deze zin uit de Circle of Security is de kern van bedtijd. Jij volgt je kind waar het kan: het boekje, de knuffel, het liedje. En jij bepaalt dát het bedtijd is. Niet boos, maar ook niet twijfelend.

Keuzes over het hoe. “De blauwe of de groene slaapzak?” “Eerst tanden poetsen of eerst het boekje?” Twee opties is genoeg. Of hij naar bed gaat, is geen keuze.

Eerst verbinden, dan leiding geven. Ga door je knieën: “Je wilt nog niet slapen. Je was net zo lekker aan het spelen.” Even wachten, een hand op zijn rug. En dan: “Het is slaaptijd. Wil je zelf je knuffel dragen?”

Een vast ritueel, zonder schermen. Elke avond dezelfde volgorde. Houd de volgorde vast, ook als je kind protesteert, en help hem erdoorheen met jouw rust. Plan de “nog even”-verzoeken gewoon in. Schermen gaan ruim voor bedtijd uit; de JGZ adviseert anderhalf uur.

Huilen met jou erbij is iets anders dan laten huilen. Je kind mag boos of verdrietig zijn over een grens. Je blijft erbij en benoemt het: “Je bent boos. Dat mag. Ik ben hier.”

’s Nachts

Ga naar je kind, stel gerust met een rustige stem en blijf tot hij weer rustig is. Gebruik steeds dezelfde zin, bijvoorbeeld: “Het is nacht, iedereen slaapt. Ik ben hier.” Raakt hij in paniek, pak hem dan op en troost. Je kind is nooit alleen met paniek.

Klimt je dreumes in bed rond? Een slaapzak maakt klimmen een stuk lastiger. Zet de bodem op de laagste stand. Een groot bed is het liefst pas iets voor rond drie jaar.

Nachtmerrie, nachtangst of pijn?

Een nachtmerrie komt meestal in de tweede helft van de nacht. Je kind wordt echt wakker, zoekt jou en wil getroost worden. Troost hem en blijf erbij tot hij rustig is. Bij veel kinderen beginnen nachtmerries pas tussen drie en zes jaar.

Nachtangst (pavor nocturnus) gebeurt meestal in de eerste twee à drie uur na het inslapen. Je kind lijkt wakker en gilt, maar is onbereikbaar en weet er later niets meer van. Maak hem niet wakker, blijf erbij en zorg dat hij zich niet bezeert. Nachtangst begint meestal later, gemiddeld rond drie en een half jaar. Oververmoeidheid kan het uitlokken, dus een vroege bedtijd helpt.

Pijn, van een doorkomende kies of van oorpijn: je kind is echt wakker, vaak ook overdag prikkelbaar, en heeft troost nodig. Huilt hij op een manier die je niet kent en is hij niet te troosten, bel dan de huisarts.

Scheidingsangst: overdag oefenen

Speel kiekeboe, loop even de kamer uit en kom weer terug. Kondig bij bedtijd aan wat je gaat doen en verdwijn niet stiekem. Ben je bezig met het PIP-stappenplan? Ga dan gerust een trede terug. Dit is geen moment voor een nieuwe stap.

Zorg voor jezelf

Je kunt geen rust uitlenen die je zelf niet hebt. Verdeel de nachten met je partner, ga zelf eens vroeg naar bed, en laat opa, oma of een vriend(in) een middag oppassen, zodat jij even kunt bijtanken. Merk je dat je boos wordt? Leg je kind veilig in bed en adem even, of laat je partner overnemen.

Wanneer naar de huisarts?

Neem contact op met de huisarts of het consultatiebureau als je kind koorts heeft en ziek oogt, veel snurkt of adempauzes lijkt te hebben, veel pijn lijkt te hebben, als eczeem of reflux erger lijkt te worden, of als je gevoel zegt dat er meer speelt. Liever een keer te vaak.

Veelgestelde vragen

Ligt het aan mijn opvoeding?

Nee. Een plotselinge omslag rond anderhalf jaar is een ontwikkelingsfase. Voorspelbaar en liefdevol reageren is precies wat je kind nu nodig heeft.

Kan ik nu beginnen met het PIP-stappenplan?

Liever niet midden in de onrust. Houd eerst vast aan jullie ritme en ritueel. Is het weer rustig en willen jullie iets veranderen? Dan kun je rustig beginnen met het PIP-stappenplan, vanaf de trede waar jullie staan. In de cursus Slaap van 4 tot 24 maanden leer je hoe.

Mag mijn dreumes bij ons in bed slapen?

Dat is een persoonlijke keuze. Werkt samen slapen voor jullie en doen jullie het veilig, dan is daar niets mis mee. Wil je later weer naar een eigen bed, dan kan dat stap voor stap.

Moet ik de bedtijd verschuiven?

Meestal is een vroegere bedtijd de oplossing, zeker tijdens de overgang naar één dutje. Een kind met te weinig slaap is lang niet altijd slaperig, soms vooral drukker. Een halfuurtje eerder kan veel doen.

Hoe lang duurt de slaapregressie van 18 maanden?

Dat verschilt per kind. Meestal wordt het na een paar dagen tot een paar weken weer rustiger. Blijft het langer onrustig, kijk dan naar het ritme, naar doorkomende kiezen of hoektanden en naar hoe je kind in slaap valt. Loop je vast, dan kun je een persoonlijke online sessie boeken.

Mijn dreumes huilt zodra ik de slaapkamer uitloop. Wat doe ik?

Dat is vaak scheidingsangst, en dat hoort bij deze leeftijd. Blijf erbij tot hij rustig is, neem echt afscheid met een vaste zin en verdwijn niet stiekem. Overdag helpt kiekeboe spelen en even de kamer uit- en weer inlopen. Nabijheid verwent niet: hoe veiliger je kind zich voelt, hoe makkelijker hij je straks laat gaan.

Meer rust met ritme als houvast

In de online cursus Slaap van 4 tot 24 maanden leer je hoe je je kind met ritme en nabijheid door deze fase helpt, zonder laten huilen. Loop je vast? Boek dan een persoonlijke online sessie met iemand van het PIP-team.

Dit artikel vervangt geen medisch advies. Maak je je zorgen over je kind, neem dan contact op met je huisarts of het consultatiebureau.