Van 2 naar 1 dutje: wanneer is je kind eraan toe, en hoe stap je zacht over?

Van 2 naar 1 dutje: wanneer is je kind eraan toe, en hoe stap je zacht over?

Je dreumes ligt vrolijk te kletsen bij zijn ochtenddutje, en slaapt pas als het bijna tijd is om eruit te gaan. Of het ochtenddutje lukt prima, maar dan wil het middagdutje niet meer. Of bedtijd wordt ineens een strijd. Is hij toe aan één dutje?

Misschien. Maar vaak komt die overgang later dan ouders denken. Hieronder lees je hoe je het verschil ziet tussen een echte overgang en een fase, en hoe je zacht overstapt, zonder dat je kind over zijn grens raakt.

Herken je dit?

  • Het ochtenddutje wordt korter, of lukt helemaal niet meer.
  • Door het ochtenddutje wordt het middagdutje korter.
  • Bedtijd wordt een strijd, omdat hij nog niet moe is.
  • Hij wordt ’s ochtends steeds vroeger wakker.

Minder dutjes, niet minder slaap

Je kind heeft nog steeds veel slaap nodig. Tussen 12 en 24 maanden is dat gemiddeld zo’n 13 à 14 uur per etmaal. Minder dutjes betekent vooral: langere wakkertijden en een langer middagdutje.

Dat komt door slaapdruk. Je kunt het zien als een emmertje dat zich vult terwijl je kind wakker is. Bij een jonge baby is dat emmertje snel vol, dus heeft hij veel dutjes nodig. Hoe ouder je kind, hoe langzamer het volloopt. Hij houdt het langer vol tussen twee slaapjes, en op een dag past er een dutje minder in de dag.

Wanneer gaat een kind naar één dutje?

De overgang van twee naar één dutje valt meestal tussen 12 en 18 maanden, vaak rond 15 maanden. Dit zijn gemiddelden, geen normen. Is je kind te vroeg geboren, reken dan met zijn gecorrigeerde leeftijd.

En helemaal stoppen met dutjes? Dat is vóór de tweede verjaardag zeldzaam. In een Australische analyse van tientallen onderzoeken (Staton e.a., 2020) stopte minder dan 2,5 procent van de kinderen voor hun tweede verjaardag.

Echt toe aan één dutje, of een fase?

Een dutje dat niet lukt, betekent lang niet altijd dat je kind het niet meer nodig heeft.

Waarschijnlijk een echte overgang:

  • De leeftijd past: tussen 12 en 18 maanden.
  • Het gaat om hetzelfde dutje, bijna elke dag, al een week of twee.
  • Hij ligt tevreden te kletsen en slaapt niet, maar is daarna niet hangerig of huilerig.
  • Of het dutje lukt wel, maar dan wordt bedtijd een strijd, of hij wordt steeds vroeger wakker.

Waarschijnlijk een fase:

  • Het komt ineens, samen met iets nieuws: lopen, een kies, een verkoudheid, scheidingsangst of de start op de opvang.
  • Hij protesteert, maar is moe: ’s middags hangerig, aan tafel huilerig, ’s avonds snel over zijn grens.
  • Het ene dutje lukt niet, en het volgende ook maar half.

Twijfel je? Houd dan een week of twee een logboek bij, en schrijf erbij hoe je kind zich voelde in het uur na elk dutje. Bied het dutje bij twijfel gewoon nog aan. Laat je niet foppen.

Wat helpt: zo stap je zacht over

Een overgang duurt meestal een paar weken, met dagen met één en dagen met twee dutjes. Je hoeft niet in één keer om.

1. Maak het ochtenddutje stap voor stap korter. Eerst nog een uur, dan drie kwartier, dan een halfuur. Leg het ook wat later. Soms is een kwartiertje in de kinderwagen al genoeg om de middag door te komen.

2. Schuif het middagdutje per kwartier naar voren. Houd elke stap een paar dagen vol, en schuif dan weer een kwartier. Zo kom je uit op een middagdutje dat rond 12:00 à 12:30 begint. Daarna laat je het ochtenddutje weg.

3. Wissel af. Is een dag zwaar, doe dan gerust weer twee dutjes. Dat is geen stap terug. Het lijfje van je kind groeit niet in een rechte lijn.

4. Een vroege bedtijd als buffer. In elke overgang zit een gat: het ochtenddutje is weg, maar de lange ochtend is nog zwaar. Op dagen met een dutje minder mag je kind een halfuurtje eerder naar bed. Veel ouders zijn bang dat hij dan eerder wakker wordt. Meestal gebeurt dat niet: een kind dat over zijn grens gaat, slaapt vaak juist onrustiger. Slaap zorgt voor slaap.

5. Laat het middagdutje op tijd eindigen. Houd ongeveer twee uur tussen het einde van het dutje en bedtijd.

6. Rust mag ook. Lukt slapen niet, dan is rust ook waardevol. In bed in een donkere kamer, zolang je kind daar tevreden ligt, of samen op de bank met een boekje. Wordt hij verdrietig, dan haal je hem eruit en ga je verder met de dag.

Na de overgang

Heeft je kind één dutje, dan ligt de wakkertijd gemiddeld rond 3 à 4 uur, en later in het tweede jaar rond 4 à 5 uur. Het middagdutje duurt vaak 1,5 à 2 uur.

Een voorbeeld, bij opstaan om zeven uur: middagdutje van 12:00 tot 14:00, bedtijd om 19:00. Dit is een richting, geen schema als wet. Kijk naar je kind én de klok; je kind gaat voor.

Is de overgang klaar, dan mag bedtijd vaak een halfuurtje later dan eerst, bijvoorbeeld van half zeven naar zeven uur. Een bedtijd tussen half zeven en half acht past bij veel dreumesen.

En de opvang?

Op veel kinderdagverblijven gaan kinderen rond de eerste verjaardag al naar één dutje, vaak samen met de overstap naar een andere groep. Thuis zijn veel kinderen daar pas later aan toe. Dat is geen ramp. Twee dutjes thuis en één op de opvang is voor veel kinderen prima, als je op opvangdagen een vroege bedtijd kiest. Vraag gerust of er een tussenoplossing kan, zoals een vroeg middagdutje of een kort rustmoment in de ochtend. Meer lees je in Opvang en slaap.

En het inslapen?

In een overgang gaan dutjes vaak even moeizamer. Help je kind gerust wat meer, met een contactdutje of een wandeling in de kinderwagen. Werk je met het PIP-stappenplan, dan is het normaal dat je bij dutjes een of twee treden lager zit dan bij bedtijd. Zet midden in een overgang liever geen nieuwe stap. Meer lees je in Het PIP-stappenplan.

Wanneer overleg je?

Blijft je kind weken hangerig, lukt geen enkel ritme, of zit je zelf op je grens? Kijk dan eerst naar het lijfje. Veel snurken, adempauzes, veel pijn of slecht groeien horen bij de huisarts of het consultatiebureau. En loop je vast in het puzzelen? Dan kijken we graag met je mee in een persoonlijke online sessie.

Veelgestelde vragen

Hoe weet ik of mijn kind toe is aan één dutje?

Gaat het al een week of twee bijna elke dag om hetzelfde dutje, en is hij daarna niet hangerig of huilerig? Dan is hij er waarschijnlijk aan toe. Komt het ineens, samen met lopen, een kies of de opvang, en is hij ’s middags moe? Dan is het meestal een fase. Bied het dutje dan nog aan.

Mijn kind is net één en weigert zijn ochtenddutje. Is het nu zover?

Meestal nog niet. De overgang valt tussen 12 en 18 maanden, vaak rond 15 maanden. Een paar dagen weigeren is nog geen reden om over te stappen. Meer over deze leeftijd lees je in Slaapregressie 12 maanden.

Hoe lang duurt de overgang naar één dutje?

Meestal een paar weken, met dagen met één en dagen met twee dutjes. Dat is normaal. Wissel gerust af op zware dagen.

Moet ik de bedtijd aanpassen?

Tijdens de overgang mag je kind op dagen met een dutje minder een halfuurtje eerder naar bed. Is de overgang klaar, dan mag bedtijd vaak een halfuurtje later dan eerst, bijvoorbeeld van half zeven naar zeven uur.

Hoe laat is het middagdutje met één dutje?

Meestal begint het rond 12:00 à 12:30 en duurt het 1,5 à 2 uur. Zorg dat het ongeveer twee uur voor bedtijd klaar is.

Wat als mijn kind met één dutje ’s middags instort?

Dan is een kort slaapje in de ochtend, bijvoorbeeld een kwartiertje in de kinderwagen, nog prima. Of ga terug naar twee dutjes op zware dagen, en kies een vroege bedtijd. Een overgang gaat niet in een rechte lijn.

Meer rust met ritme als houvast

In de online cursus Slaap van 4 tot 24 maanden leer je hoe dutjes veranderen, hoe je ritme als houvast gebruikt en hoe je, als jullie dat willen, stap voor stap minder helpt, zonder laten huilen. De dutjesplanner zet alle dutjes en wakkertijden per leeftijd op één A4. Loop je vast, dan kun je een persoonlijke online sessie boeken.

Dit artikel vervangt geen medisch advies. Maak je je zorgen over je kind, neem dan contact op met je huisarts of het consultatiebureau.