Slaapregressie 6 maanden: symptomen, duur en wat helpt

Slaapregressie bij 6 maanden: symptomen, duur, ritme en wat helpt

Je had het net een beetje op de rit. Je baby van zes maanden sliep redelijk voorspelbaar, de dutjes hadden een ritme en je voelde je weer een beetje mens. En toen was het ineens anders. De nachten zijn weer gebroken, de dutjes zijn kort en je baby is hangerig en huilerig.

Je bent niet de enige. In dit artikel lees je wat er speelt, hoe lang het meestal duurt, welk ritme houvast geeft en wat helpt, zonder laten huilen.

Wat is een slaapregressie bij 6 maanden?

“Slaapregressie” is een populaire term, geen wetenschappelijke. Ouders bedoelen er een periode mee waarin hun baby, die redelijk sliep, ineens slechter slaapt. Meestal is dat geen achteruitgang, maar groei.

Rond zes maanden gebeurt er veel tegelijk:

  • Nieuwe vaardigheden. Rond zes maanden zitten veel baby’s los of bijna los. Ze rollen, wiebelen op handen en knieën en brabbelen “bababa”. Onderzoek laat zien dat de slaap vaak even onrustiger wordt als er een nieuwe vaardigheid aankomt, en daarna weer rustiger. Soms zit je baby ineens rechtop in bed en weet hij niet meer hoe hij moet gaan liggen.
  • Een alerte baby. De wereld is razend interessant. Veel baby’s zijn afgeleid tijdens het drinken, drinken overdag korter en halen dat ’s nachts in.
  • Soms een eerste tandje. Het eerste tandje komt gemiddeld tussen vijf en acht maanden. Een tandje geeft meestal een paar onrustige nachten, geen weken.

Veel ouders koppelen deze periode aan ‘sprong 5’ uit Oei, ik groei!. Die sprongen op vaste momenten zijn wetenschappelijk omstreden. Kijk vooral naar wat jouw kind nu leert. Echte scheidingsangst komt bij veel baby’s pas rond acht tot tien maanden op.

Herken je dit?

  • Je baby wordt ’s nachts weer vaker wakker, soms elk uur of elke twee uur.
  • De dutjes zijn kort, vaak 30 tot 45 minuten.
  • Inslapen is een strijd, ook als hij duidelijk moe is.
  • Hij is overdag hangeriger, huilt sneller en wil vaker bij je zijn.
  • Hij wil vaker drinken, of is juist te afgeleid om goed te drinken.
  • Hij oefent rollen of zitten in bed.

Hoe lang duurt het?

Dat verschilt per kind. Meestal wordt het na een paar dagen tot een paar weken weer rustiger.

Meer helpen in een onrustige periode is geen fout. Wil je daarna terug naar hoe het was, dan doe je dat rustig, in kleine stapjes.

Wanneer is het géén normale onrustige periode?

Kijk altijd ook naar het lijfje. Bel direct de huisarts, of buiten kantoortijd de huisartsenpost, als je baby:

  • suf is, minder reageert of moeilijk wakker te krijgen is;
  • benauwd is: moeilijk of snel ademen, piepen, de huid tussen de ribben trekt naar binnen;
  • veel minder drinkt, minder dan de helft van normaal, of meer dan twaalf uur geen natte luier heeft;
  • niet te troosten is of anders huilt dan normaal;
  • snel zieker wordt, of als jij je erge zorgen maakt.

Koorts (38 graden of hoger) is geen tandjesklacht. Lijkt je baby pijn te hebben of snurkt hij veel? Laat het nakijken bij de huisarts of het consultatiebureau. Liever een keer te vaak.

Ritme als houvast rond 6 maanden

Een baby die over zijn grens is, komt vaak moeilijker tot rust en wordt soms juist drukker in plaats van slaperig. Een passend ritme helpt.

  • Wakkertijd: gemiddeld 1,5 tot 2 uur. Richting 7 maanden wordt dat vaak 2 à 2,5 uur.
  • Dutjes: meestal nog 3. Het derde is een kort powernapje aan het eind van de middag.
  • Bedtijd: tussen half zeven en half acht.
  • Slaap per etmaal: gemiddeld 14 à 15 uur. Maar kinderen verschillen enorm. Is je baby vrolijk, alert en groeit hij goed, dan zit je goed.

Voorbeelddag: baby met 3 dutjes (wakkertijd ongeveer 1,5 tot 2 uur)

Uitgaand van opstaan om 7:00. Wordt jouw baby om zes uur wakker, dan schuift alles naar voren. Richttijden, met ongeveer een halfuur speling.

Tijd 
7:00Wakker
8:45-10:00Dutje 1
12:00-13:30Dutje 2
15:30-16:15Dutje 3 (powernap)
18:30Naar bed

En richting 2 dutjes? Tussen zeven en negen maanden laten veel baby’s hun derde dutje vallen. Forceer dat niet: de meeste baby’s hebben dat korte dutje rond zes maanden nog nodig. In de overgang is er vaak een gat. Op een dag met een dutje minder mag je baby gerust een halfuurtje eerder naar bed.

Kijk naar je kind én de klok; je kind gaat voor.

Wat helpt

Troost op de manier die werkt. In bed met je hand en je stem, of op je arm. Raakt hij overstuur, pak hem dan op. Nabijheid is geen slechte gewoonte. Leg je hand op zijn buikje of borst en laat hem liggen zolang hij dat nodig heeft.

Even luisteren. Niet elk geluidje is een roep om hulp. Luister eerst even of hij vanzelf weer wegzakt. Huilt hij echt, dan ga je naar hem toe.

Oefen overdag. Hoe meer je baby overdag op de grond rolt en zit, hoe minder hij dat ’s nachts hoeft.

Houd het bedje veilig. Leg je baby altijd op zijn rug neer. Kan hij zelf van rug naar buik én terug rollen, dan mag hij blijven liggen zoals hij ligt. Zet de bodem van het bedje op de laagste stand zodra hij kan zitten. Het bed blijft leeg: slaapzak, speen en eventueel een klein knuffeldoekje. Geen stootrand.

Voed op een rustige plek. Is hij overdag steeds afgeleid, voed dan op een rustige, wat donkere plek. Nachtvoedingen zijn normaal: tussen zes en negen maanden hebben veel baby’s er nog één, soms uit honger en vaak ook voor troost. Meer lees je in Slaapregressie en honger.

Bij een tandje. Een bijtring uit de koelkast (niet uit de vriezer), het tandvlees zacht masseren met een schone vinger, en extra troost. Barnsteenkettingen en verdovende tandgels raden we af.

Minder helpen bij het inslapen? Het PIP-stappenplan

Valt je baby in slaap aan de borst of in je armen en werkt dat voor jullie? Dan hoef je niets. Wil je dat hij met minder hulp in slaap valt, dan kan dat met het PIP-stappenplan: zeven treden, van voeden of wiegen tot slaap, via een hand op het buikje en je stem naast het bed, tot korte check-ins. Je begint op de trede waar jullie nu staan.

Moppert je baby maar reageert hij op je stem of hand, dan blijf je erbij. Dat is onrust. Raakt hij in paniek, dan troost je tot hij rustig is en ga je een trede terug. Je kind is nooit alleen met paniek, en een stap terug mag altijd.

Midden in een onrustige periode begin je liever niet: dan is een trede terug slimmer dan een stap vooruit. Spreek met je partner af op welke trede jullie staan en wat jullie doen bij onrust en bij paniek. Reken in weken, niet in nachten, en verwacht geen rechte lijn.

Veilig slapen: leg je baby altijd op zijn rug neer, ook als je hem troost of in slaap helpt. Op zijn zij of buik liggen mag alleen als hij wakker is en bij jou.

En jij?

Slaapgebrek is zwaar. Deel de nachten met je partner als dat kan, of vraag iemand een paar uur over te nemen. Merk je dat je boos wordt of het niet meer trekt? Leg je baby veilig in bed en adem even door, of laat je partner het overnemen.

Veelgestelde vragen

Hoe lang duurt een slaapregressie bij 6 maanden?

Meestal wordt het na een paar dagen tot een paar weken weer rustiger.

Moet ik het ritme aanpassen?

Houd zoveel mogelijk vast aan jullie ritme. Gebruik wakkertijden van ongeveer 1,5 tot 2 uur als houvast, en kijk daarnaast naar de signalen van je baby. Na een dag met korte dutjes helpt een vroegere bedtijd.

Kan ik tijdens een onrustige periode met het PIP-stappenplan beginnen?

Liever niet. Geef eerst extra troost en houd vast aan jullie ritme. Loopt het na een paar weken nog vast, dan kun je rustig beginnen op de trede waar jullie staan. Óf je dat wilt, kies je zelf.

Mijn baby rolt in bed op zijn buik. Moet ik hem terugdraaien?

Leg je baby altijd op zijn rug neer. Kan hij zelf van rug naar buik én weer terug rollen, dan mag hij blijven liggen zoals hij ligt. Kan hij dat nog niet, draai hem dan rustig terug op zijn rug. Wordt je baby nog ingebakerd, stop daar dan mee zodra hij probeert te rollen. Houd het bedje leeg: slaapzak, speen en eventueel een klein knuffeldoekje.

Gaat mijn baby beter slapen van vaste voeding?

Rond zes maanden mag je beginnen met oefenen met vaste voeding, als je baby met steun rechtop kan zitten. Die eerste hapjes zijn vooral om te proeven en te oefenen. Melk blijft nog de belangrijkste voeding. Verwacht dus niet dat je baby er ineens van doorslaapt. Nachtvoedingen blijven normaal, uit honger en ook voor troost.

Wanneer vraag ik hulp?

Bel de huisarts als je baby koorts heeft en ziek oogt, slecht drinkt of minder natte luiers heeft, suf is, moeilijk ademt of ontroostbaar huilt op een manier die anders klinkt. Twijfel je, of is het niet dringend? Dan kun je terecht bij het consultatiebureau. Is je baby gezond, maar lopen de nachten vast? Boek dan een persoonlijke online sessie met iemand van het PIP-team.

Meer rust met ritme als houvast

In de cursus Slaap van 4 tot 24 maanden leer je hoe je ritme als houvast gebruikt en, als jullie dat willen, stap voor stap minder helpt, zonder laten huilen. 

Dit artikel vervangt geen medisch advies. Maak je je zorgen over je kind, neem dan contact op met je huisarts of het consultatiebureau.