Slaapregressie 14 maanden: oorzaken, ritme en wat helpt

Slaapregressie 14 maanden: oorzaken, ritme en stappenplan

Daar lig je dan, midden in de nacht, weer wakker. Je dreumes van veertien maanden leek eindelijk een ritme te hebben. En nu protesteert hij bij bedtijd, weigert hij zijn ochtenddutje en zijn de nachten weer onrustig.

Adem even uit. Je doet niets verkeerd. “Slaapregressie” is een populaire term, geen wetenschappelijke: er gaat niets achteruit, je kind groeit. In dit artikel lees je wat er rond veertien maanden speelt, hoe de overgang naar één dutje zacht kan gaan, en hoe je met het PIP-stappenplan, als jullie dat willen, in jullie eigen tempo nabijheid afbouwt.

Herken je dit?

  • Protest bij bedtijd: huilen of boos worden als je de kamer uitloopt.
  • Inslapen duurt langer dan eerst.
  • Je kind wordt ’s nachts weer een of meer keren wakker.
  • Het ochtenddutje lukt niet, of het middagdutje wordt er korter door.
  • Overdag is hij je schaduw, heeft hij een korter lontje en ontdekt hij het woordje “nee”.

Wat er speelt rond 14 maanden

Lopen, klimmen, ontdekken. Tussen 12 en 18 maanden gaan veel kinderen loslopen. Onderzoek laat zien dat de slaap rond zo’n grote stap vaak even onrustiger wordt, en daarna weer rustiger. Wat er net daarvoor, rond de eerste verjaardag, speelt, lees je in Slaapregressie 12 maanden.

Eerste woordjes. Tussen 15 en 18 maanden komen vaak de eerste woordjes, en je kind begrijpt al veel meer. Of taalgroei de slaap verstoort, is niet goed onderzocht.

Scheidingsangst en een groeiende eigen wil. Je dreumes loopt steeds verder bij je weg, maar kijkt telkens om of je er nog bent. Veel kinderen krijgen rond 15 tot 18 maanden opnieuw een periode waarin afscheid nemen moeilijker is. Tegelijk ontdekt hij dat hij zelf iets wil. Die botsing tussen nabijheid willen en zelf willen, zie je vaak het eerst bij bedtijd.

Van twee naar één dutje. De overgang naar één dutje valt tussen 12 en 18 maanden, vaak rond 15 maanden. In die overgang is er vaak een gat: het ochtenddutje lukt niet meer, maar je kind kan de lange ochtend nog niet goed aan.

De eerste kiezen. Die komen meestal tussen 13 en 19 maanden. Een tandje of kies geeft vaak een paar onrustige nachten, geen weken.

Is het wel een regressie?

Kijk ook even naar andere oorzaken. Oorpijn, een verkoudheid, reflux of verstopping kunnen de slaap flink verstoren. Is de kamer donker en koel genoeg, tussen 16 en 18 graden? Is je kind net begonnen op de opvang? Lees dan ook Opvang en slaap.

Bel de huisarts als je kind ook koorts heeft en er ziek uitziet, suf is, slecht drinkt of moeilijk ademt, of als je het gevoel hebt dat er iets medisch speelt.

Hoe lang duurt het?

Meestal wordt het na een paar dagen tot een paar weken weer rustiger. Houd vast aan jullie ritme en ritueel. Heeft je kind nu meer hulp nodig, geef die dan gerust: een trede terug op het stappenplan is geen mislukking.

Ritme als houvast: van twee naar één dutje

Een kind van 14 maanden slaapt gemiddeld zo’n 13 à 14 uur per 24 uur (een gezonde marge is 11 tot 14 uur). De wakkertijd ligt tussen 12 en 18 maanden gemiddeld rond 3 à 4 uur, en een bedtijd tussen half zeven en half acht past bij veel kinderen.

Echt toe aan één dutje, of een fase? Waarschijnlijk een echte overgang: het gaat al een week of twee bijna elke dag om hetzelfde dutje, en je kind is daarna niet hangerig. Of het ochtenddutje lukt wel, maar dan wordt bedtijd een strijd omdat hij niet moe is. Waarschijnlijk een fase: het komt ineens, samen met loslopen, een tandje of de opvang, en zonder dutje is hij ’s middags huilerig. Bied het dutje dan gewoon nog aan.

Zo stap je zacht over:

  • Kort het ochtenddutje stap voor stap in. Eerst nog een uur, dan drie kwartier, dan een halfuur. Soms is een kwartiertje in de kinderwagen al genoeg om de middag door te komen.
  • Schuif rustig op. Leg het dutje een kwartier later, houd dat een paar dagen vol en schuif dan weer een kwartier, tot het middagdutje rond 12:00 à 12:30 begint.
  • Wissel af. Is de ene dag zwaar, dan doe je weer twee dutjes. Dat is geen stap terug.
  • Een vroege bedtijd als buffer. Op dagen met een dutje minder mag je kind gerust een halfuurtje eerder naar bed. Na de overgang mag bedtijd vaak een halfuurtje later dan eerst.
  • Laat het laatste dutje op tijd eindigen, ongeveer twee uur voor bedtijd.

Een voorbeeld met één dutje, bij opstaan om zeven uur: middagdutje van 12:00 tot 14:00, bedtijd om 19:00. Dit is een richting, geen schema als wet. Kijk naar je kind én de klok; je kind gaat voor. Meer lees je in Van 2 naar 1 dutje.

Wat helpt tijdens de onrustige fase

Een vast ritueel. Elke avond dezelfde volgorde, bijvoorbeeld: badje, pyjama en slaapzak, tanden poetsen, boekje, liedje, bed. In onderzoek vielen kinderen met een vast kort ritueel sneller in slaap.

Schermen ruim voor bedtijd uit. De JGZ adviseert anderhalf uur voor bedtijd, en de Amerikaanse kinderartsen raden schermen onder de 18 maanden af, behalve videobellen met dierbaren.

’s Nachts: rustig en voorspelbaar. Ga erheen, troost en zeg met een zachte stem: “Het is nog nacht, lieverd. Ik ben hier.” Maak de kamer niet te licht en ga geen spelletjes spelen. Raakt hij overstuur, pak hem dan op en troost tot hij rustig is.

Overdag de tank vullen. Speel kiekeboe, neem echt afscheid en vertel dat je terugkomt als je even de kamer uitloopt. Dat bouwt vertrouwen op.

Geen angst voor “slechte gewoontes”. Wiegen of een fles geven als je kind het moeilijk heeft, is geen fout. Wil je daarna iets veranderen, dan ga je rustig terug op de trap van het stappenplan.

Het PIP-stappenplan: nabijheid afbouwen in jullie tempo

Valt je kind in slaap in je armen of met een fles, en werkt dat voor jullie? Dan is er niets op te lossen. Het stappenplan is er voor als het vastloopt. Jij kiest óf en wanneer.

Begin niet midden in een onrustige fase. Wacht tot je kind gezond is, de dutjes weer kloppen en er geen grote veranderingen zijn, zoals een nieuwe opvang.

TredeWat jij doet
1Voeden of wiegen tot slaap, met de voeding eerder in het ritueel
2Wiegen tot hij rozig is, en in bed verder helpen
3In bed, met jouw hand op buik of borst tot hij slaapt
4Zingen of sssh naast het bed, zonder aanraken
5Op een stoel naast het bed
6De stoel stap voor stap richting de deur
7Korte check-ins: “Ik ben dichtbij”

Je begint op de trede waar jullie nu staan, en je hoeft niet naar boven. Veel gezinnen stoppen op trede drie of vier. Blijf een paar avonden tot een week op een trede, soms langer. Begin bij bedtijd; dutjes mogen een of twee treden lager.

De spelregel is eenvoudig. Bij onrust (mopperen, woelen, maar reageren op je stem of hand) blijf je erbij, rustig. Bij paniek (hoog en hard huilen dat zo blijft, hijgen, geen contact meer) pak je je kind op en troost je tot hij weer rustig ademt, en ga je een trede terug. Je kind is nooit alleen met paniek. En een stap terug mag altijd. Alles over de treden lees je in Het PIP-stappenplan.

En jij?

Slaaptekort is zwaar. Verdeel de nachten met je partner, zodat de ander kan doorslapen. Merk je dat je boos wordt? Leg je kind veilig in bed, adem een paar minuten, of laat je partner overnemen.

Duurt het lang, is je kind erg angstig of zit je aan het einde van je latijn? Boek dan een persoonlijke online sessie met iemand van het PIP-team.

Veelgestelde vragen

Kan ik nu iets veranderen aan hoe mijn kind in slaap valt?

Dit is niet het moment voor een nieuwe stap. Geef extra troost en nabijheid en houd vast aan jullie ritueel. Is het weer rustig, dan kun je, als jullie dat willen, beginnen met het PIP-stappenplan.

Mag ik mijn kind bij ons in bed nemen?

Dit is een persoonlijke keuze, en samen slapen is een gelijkwaardige keuze als jullie het veilig doen. Wil je later weer naar een eigen bed, dan kan dat stap voor stap.

Mijn kind weigert zijn ochtenddutje. Is het tijd voor één dutje?

Misschien. Gaat het al een week of twee zo, en is hij daarna niet hangerig, dan is hij er waarschijnlijk aan toe. Schuif het middagdutje dan rustig naar voren en kies een vroege bedtijd als buffer.

Er slaapt nog een kind in huis. Wat nu?

Houd de deur van de andere kamer dicht. Witte ruis mag: zacht, verderop in de kamer, nooit in of op het bed. Verdeel ’s nachts de taken, zodat ieder kind een ouder heeft.

Hoe lang duurt een slaapregressie bij 14 maanden?

Dat verschilt per kind. Meestal wordt het na een paar dagen tot een paar weken weer rustiger. Houd vast aan jullie ritme en ritueel, en geef gerust meer hulp als je kind dat nu nodig heeft. Duurt het lang of loop je vast, dan kun je een persoonlijke online sessie boeken van 25 minuten of een uur.

Mijn kind huilt zodra ik de kamer uitloop. Wat helpt?

Dat is heel gewoon op deze leeftijd: je kind ontdekt de wereld, maar wil zeker weten dat jij er nog bent. Speel overdag kiekeboe, neem echt afscheid en vertel dat je terugkomt. Blijf bij bedtijd gerust wat langer bij hem; nabijheid verwent niet. Raakt hij overstuur, pak hem dan op en troost hem tot hij rustig is.

Meer rust met ritme als houvast

In de online cursus Slaap van 4 tot 24 maanden leer je hoe je ritme als houvast gebruikt, hoe de overgang naar één dutje gaat en hoe je met het PIP-stappenplan stap voor stap minder helpt, zonder laten huilen. Loop je vast, dan kun je een persoonlijke online sessie boeken.

Dit artikel vervangt geen medisch advies. Maak je je zorgen over je kind, neem dan contact op met je huisarts of het consultatiebureau.