Is slaapregressie wetenschappelijk bewezen? Eerlijk antwoord

Is slaapregressie wetenschappelijk bewezen? Wat we wél weten

Je baby sliep net wat beter, en ineens is hij weer elk uur wakker. Online lees je dat het een slaapregressie is: rond 4, 8, 12 en 18 maanden, twee tot zes weken lang. Klinkt overzichtelijk. Maar klopt het ook? Bij PIP Academy werken we wetenschappelijk onderbouwd, dus we zochten het voor je uit.

Het korte antwoord: nee

“Slaapregressie” is een populaire term, geen wetenschappelijk begrip. Basis, het babyslaapcentrum van Durham University, zegt het duidelijk: de term heeft geen biologische basis. Voor vaste leeftijden en een vaste duur, zoals “twee tot zes weken”, vonden wij geen onderbouwing.

Betekent dat dat je het je verbeeldt? Zeker niet. Wat je ziet, is echt. Alleen is het geen terugval. Het is groei.

Wat onderzoek wél laat zien

1. De slaap van je baby rijpt. Een pasgeboren baby valt vaak in slaap via actieve, lichte slaap. Tussen ongeveer drie en zes maanden gaat hij steeds vaker via rustige, diepe slaap in slaap. Ook het dag-en-nachtritme komt dan op gang, met horten en stoten. Zijn slaap gaat meer lijken op die van ons, in cycli van korter dan een uur. Aan het eind van elke cyclus komt hij even boven. Daarom heeft je baby rond vier maanden vaak juist méér hulp van jou nodig. Dat is de bekendste onrustige periode, en ook de best te verklaren.

2. Nieuwe vaardigheden maken de slaap even onrustiger. In een Israëlisch onderzoek bij 28 baby’s werden ze rond het begin van het kruipen ’s nachts vaker en langer wakker, en daarna werd hun slaap weer rustiger. Een recent overzichtsartikel ziet hetzelfde bij zitten, langs de meubels lopen en loslopen. Alleen verschilt het enorm wanneer een kind kruipt of loopt. In een groot onderzoek van de Wereldgezondheidsorganisatie liepen gezonde kinderen voor het eerst ergens tussen ongeveer 8 en 18 maanden. Een vaste kalender bestaat dus niet.

3. Scheidingsangst hoort bij een gezonde band. Rond acht tot tien maanden begrijpt je baby dat jij weg kunt gaan, maar nog niet dat je altijd terugkomt. Volgens de JGZ is eenkennigheid tussen ongeveer negen maanden en twee jaar heel gewoon. Dat maakt de nacht soms spannender.

4. Tandjes verklaren een paar nachten, geen weken. Een grote analyse van 16 onderzoeken met samen ruim 3.500 kinderen (Massignan e.a., 2016) vond bij doorkomende tandjes vooral geïrriteerd tandvlees, prikkelbaarheid en kwijlen. De klachten zitten vooral in de dagen rond het doorbreken. Koorts, diarree of een kind dat echt ziek oogt, zijn volgens de JGZ geen tandjesklachten.

5. Taal: niet goed onderzocht. Of taalgroei de slaap verstoort, weten we niet goed. Wel weten we dat slaap, en vooral het dutje, je kind helpt nieuwe woorden te onthouden.

En de sprongetjes uit Oei, ik groei?

Veel ouders vinden herkenning in de “sprongen” uit Oei, ik groei!, en dat mag. Het is wel goed om te weten dat de theorie van tien sprongen op vaste momenten wetenschappelijk omstreden is. Het oorspronkelijke onderzoek was klein, en een promovenda die de sprongen bij de eigen onderzoeksgroep in Groningen opnieuw onderzocht, vond ze niet terug. Latere studies geven een gemengd beeld.

Gebruik het boek of de app gerust als kapstok, maar laat je er niet door opjagen. Doet jouw baby op “sprong 5” niets bijzonders? Dan is er niets aan de hand. Meer over het verschil lees je in Verschil tussen sprong en slaapregressie.

Waarom gebruiken wij het woord dan toch?

Omdat ouders het gebruiken. Als je om drie uur ’s nachts zoekt naar een verklaring, typ je “slaapregressie”, niet “ontwikkelingsgerelateerde slaapverstoring”. Wij gebruiken de term dus om je te vinden, en leggen daarna eerlijk uit wat erachter zit.

Dat is ook het verschil tussen “wetenschappelijk bewezen” en “wetenschappelijk onderbouwd”. Bewezen is bijna niets in de opvoeding. Onderbouwd betekent: we baseren ons op het beste onderzoek dat er is en op de Nederlandse richtlijnen van de JGZ, VeiligheidNL en Thuisarts. En we zeggen erbij wat we niet weten.

Wat betekent dit voor jou?

  • Kijk naar je eigen kind, niet naar de kalender. Wat leert hij nu? Wat heeft hij van jou nodig?
  • Zie het als groei. Je hoeft niets op te lossen, alleen erdoorheen te helpen.
  • Ritme als houvast. Passende wakkertijden en een vroege bedtijd helpen door een onrustige fase heen, zeker als de dutjes even minder gaan.
  • Extra nabijheid mag. Verwennen bestaat hier niet. Oefen nieuwe vaardigheden overdag, speel kiekeboe, en help ’s nachts op de manier die werkt.
  • Geen grote stappen. Ben je iets aan het veranderen in hoe je kind in slaap valt? Pauzeer, of ga een stapje terug.
  • Duurt het lang of maak je je zorgen? Kijk dan ook naar het lijfje: oorpijn, reflux, een verstopte neus. Bel bij twijfel de huisarts of het consultatiebureau.

Meestal wordt het na een paar dagen tot een paar weken weer rustiger.

Meer weten?

Op onze pagina Show me the science vind je de onderzoeken waar onze cursussen op gebaseerd zijn. In de online cursussen leer je per leeftijd hoe slaap werkt en wat je kind nodig heeft, zonder laten huilen. Hoe dat eruitziet, lees je in Slapen zonder slaaptraining: wat is zacht slapen?

Veelgestelde vragen

Bestaat slaapregressie echt?

Wat je ziet is echt, maar “slaapregressie” is een populaire term, geen wetenschappelijk begrip. Er gaat niets achteruit. Je kind groeit: zijn slaap rijpt, hij leert nieuwe dingen of vindt het spannend als jij weggaat. Dat kan de nachten even onrustiger maken.

Komt een slaapregressie op 4, 8, 12 en 18 maanden?

Voor vaste leeftijden vonden wij geen onderbouwing. Rond vier maanden rijpt de slaap, en die onrustige periode is het best te verklaren. Andere onrustige periodes hangen af van wat je kind aan het leren is, en dat verschilt enorm per kind. Kijk dus naar je eigen kind, niet naar de kalender.

Hoe lang duurt een slaapregressie?

Dat verschilt per kind. Voor een vaste duur, zoals “twee tot zes weken”, vonden wij geen onderbouwing. Meestal wordt het na een paar dagen tot een paar weken weer rustiger.

Kloppen de sprongetjes uit Oei, ik groei?

De theorie van tien sprongen op vaste momenten is wetenschappelijk omstreden. Toen de sprongen in Groningen opnieuw werden onderzocht, werden ze niet teruggevonden. Gebruik het boek of de app gerust als kapstok, maar laat je er niet door opjagen.

Kan een doorkomend tandje de slaap verstoren?

Een paar nachten wel. Onderzoek ziet vooral geïrriteerd tandvlees, prikkelbaarheid en kwijlen, in de dagen rond het doorbreken. Weken van onrustige nachten verklaart een tandje niet. Koorts, diarree of een kind dat echt ziek oogt, zijn geen tandjesklachten.

Wat kan ik doen tijdens een onrustige periode?

Gebruik ritme als houvast: passende wakkertijden en een vroege bedtijd, zeker als de dutjes even minder gaan. Geef extra nabijheid, dat verwent niet. Ben je iets aan het veranderen in hoe je kind in slaap valt? Pauzeer dan, of ga een stapje terug.

Wanneer bel ik de huisarts?

Duurt het lang, kijk dan ook naar het lijfje, zoals oorpijn, reflux of een verstopte neus. Bel de huisarts als je kind koorts heeft en ziek oogt, slecht drinkt of minder natte luiers heeft, suf is, moeilijk ademt of ontroostbaar huilt op een manier die anders klinkt. Twijfel je, of is het niet dringend, dan kun je terecht bij het consultatiebureau.

Dit artikel vervangt geen medisch advies. Maak je je zorgen over je kind, neem dan contact op met je huisarts of het consultatiebureau.