Hazenslaapjes: waarom je baby korte dutjes doet en wat helpt

Hazenslaapjes: waarom je baby korte dutjes doet en wat helpt

Je kindje valt eindelijk in slaap. Je zet thee, gaat even zitten, en na 35 minuten hoor je hem alweer. Of het dutje lukt helemaal niet. Dat is frustrerend, zeker als je merkt dat de rest van de dag er onrustiger door wordt.

Eerst dit: een dutje van een halfuur is geen mislukking. Korte dutjes, of hazenslaapjes, komen heel vaak voor. Hieronder lees je waarom, wanneer het genoeg is en hoe je een dutje verlengt.

Waarom korte dutjes zo vaak voorkomen

Een slaapcyclus van een baby duurt korter dan een uur. Yale Baby School noemt ongeveer 50 minuten, tegenover zo’n 90 minuten bij volwassenen. Aan het eind van elke cyclus komt je kind even naar de oppervlakte. Basis, het babyslaapcentrum van Durham University, noemt het heel normaal dat baby’s tussen twee cycli wakker worden: soms na één cyclus, soms na twee of drie.

Een dutje van 30 tot 45 minuten is dus vaak gewoon één cyclus. Veel kinderen hebben tussen twee cycli nog hulp nodig om weer weg te zakken. Dat is normaal, en niets wat je nu hoeft op te lossen.

Twee dingen zijn daarbij goed om te weten:

  • Dutjes worden meestal op volgorde langer. Eerst het ochtenddutje, dan het middagdutje.
  • Het laatste dutje van de dag blijft vaak kort. Dat hoort zo. Bij baby’s met drie dutjes is het derde een powernapje.

Is een kort dutje erg?

Kijk vooral naar je kind. Wordt hij na 40 minuten vrolijk en helder wakker, en houdt hij het goed vol tot het volgende dutje? Dan was het genoeg. Is hij hangerig, huilerig of wrijft hij in zijn oogjes, dan had hij meer nodig.

Kijk daarbij naar de dag als geheel, niet naar elk dutje apart. Een dag met één kort en één lang dutje is prima.

Blijven de dutjes kort? Kijk eerst naar drie dingen

Houd een week of twee een logboek bij. Schrijf op hoe lang je kind wakker was voor elk dutje, hoe lang het dutje duurde en hoe hij wakker werd: vrolijk of huilend. Kijk dan naar deze drie dingen.

1. Timing

Een dutje kan op twee manieren verkeerd vallen.

Te vroeg. Je kind was nog niet moe genoeg. Hij ligt lang te kletsen, valt pas laat in slaap, of wordt na een halfuur vrolijk wakker. Probeer dan eens een kwartiertje langer wakker.

Te laat. Je kind was al over zijn grens. Hij is druk of huilerig, valt dan ineens als een blok in slaap en wordt na 20 tot 30 minuten huilend wakker. Een kind dat over zijn grens is, komt vaak moeilijker tot rust en wordt soms juist drukker. Begin het volgende dutjesritueel dan een kwartiertje eerder.

Verander steeds één ding, een kwartier per keer, en houd dat een paar dagen vol. Na één dag zie je nog weinig.

LeeftijdDutjesWakkertijd (gemiddeld)
4-5 maanden3 à 4, het laatste is een kort powernapjeca. 1,5 uur
5-7 maanden31,5 tot 2 uur
7-9 maandenvan 3 naar 22 tot 2,5 uur
9-12 maanden2: ochtend ca. 1 uur, middag 1,5 tot 2 uur2,5 tot 3,5 uur
12-18 maandenvan 2 naar 1, vaak rond 15 maanden (Van 2 naar 1 dutje)3 tot 4 uur
18-24 maanden1 middagdutje van 1,5 tot 2 uur4 tot 5 uur

Gemiddelden, geen norm. Kijk naar je kind én de klok; je kind gaat voor. Twee dingen gelden op elke leeftijd: de eerste wakkertijd van de dag is meestal de kortste, en het laatste dutje is liefst ongeveer twee uur voor bedtijd klaar. Soms betekent dat je kind zacht wakker maken. Dat mag.

2. De omgeving

Na vier maanden zijn veel kinderen nieuwsgieriger en sneller afgeleid. Dan helpt een slaapplek die saai en voorspelbaar is.

  • Donker. Een verduisterde kamer maakt het verschil tussen dag en dutje duidelijker, en er is minder te zien bij het bovenkomen.
  • Witte ruis: zacht, verderop in de kamer, nooit in of op het bed. Een gelijkmatige ruis maskeert geluid in huis.
  • Niet te warm. Tussen 16 en 18 graden. Met een slaapzak die past bij de temperatuur.
  • Een kort, vast dutjesritueel. Luier, slaapzak aan, samen de gordijnen dicht, een liedje, knuffel, neerleggen. Kort en elke keer hetzelfde.

3. Het lijfje

Slaapt je kind structureel kort en onrustig, kijk dan ook naar het lijfje. Een tandje, een verstopte neus, eczeem, reflux of verstopping kan ervoor zorgen dat hij sneller bovenkomt. Snurkt je kind veel, lijkt hij adempauzes te hebben, groeit hij slecht of lijkt hij pijn te hebben? Laat het nakijken bij de huisarts of het consultatiebureau.

Een dutje verlengen

Hoor je je kind na een halfuurtje? Luister eerst even. Slapende kinderen maken veel geluid tussen twee cycli: zuchten, mopperen, even draaien. Soms zakt hij vanzelf weer weg.

Wordt hij echt wakker of begint hij te huilen, ga dan snel naar hem toe. Hoe sneller je erbij bent, hoe groter de kans dat hij terugzakt. Gebruik wat bij jullie werkt: je hand op zijn buik, sssh, een zacht liedje, een voeding, oppakken en wiegen, of de rest van het dutje op jou. Een zachte, verbaasde stem helpt: “Hé, ben je wakker geworden? Het is nog slaaptijd.”

Lukt het na ongeveer een kwartier niet, laat het dan los. Het dutje is klaar. Haal je kind eruit en ga door met de dag. Heb je een tijd geprobeerd, tel dan de helft daarvan mee als slaap bij het plannen van de volgende wakkertijd. En houd na een dag vol korte dutjes een vroege bedtijd achter de hand. Slaap zorgt voor slaap.

Contactdutjes, draagdoek en wandelwagen: prima

Soms lukt een dutje in bed gewoon niet. Dan mag je het redden op de manier die werkt: op jou, in de draagdoek, in de kinderwagen of de buggy. Er is geen goed onderzoek dat laat zien dat een dutje in beweging minder waard is.

Een paar veiligheidspunten. Bij een contactdutje blijf jij wakker: worden je ogen zwaar, leg je kind dan op zijn rug in zijn eigen bed. Laat hem in de kinderwagen zo plat mogelijk liggen. Meer over dutjes onderweg lees je in Veilig slapen voor je baby.

Werk je met het PIP-stappenplan om je kind met minder hulp in slaap te laten vallen? Dan is het heel normaal dat je bij dutjes een of twee treden lager zit dan bij bedtijd. Ga gerust een trede terug om het dutje te redden. Meer lees je in Het PIP-stappenplan.

Hazenslaapjes en een onrustige periode

Er zijn fases waarin dutjes tijdelijk niet willen: rond 4 maanden, rond 10 maanden, rond de overgang naar één dutje, rond 2 jaar, bij scheidingsangst, een tandje, of als je kind net leert kruipen of staan. Rond 10 maanden en rond 2 jaar lijkt het soms alsof je kind minder slaap nodig heeft. Laat je niet foppen: meestal heeft hij zijn dutjes nog hard nodig. Blijf ze aanbieden op de vertrouwde tijd, geef extra nabijheid en reken op een paar weken. Een dutje laten vallen doe je pas als het een paar weken achter elkaar niet meer lukt.

Op de opvang

Op het kinderdagverblijf of bij de gastouder slapen veel kinderen korter of onrustiger dan thuis. Dat hoef je niet op te lossen. Deel de wakkertijden en slaapsignalen van je kind, en vertel wat thuis helpt. Accepteer dat dutjes daar soms korter zijn. Op opvangdagen mag bedtijd gerust een halfuurtje eerder. Kijk naar de week, niet naar één dag. Meer lees je in Opvang en slaap.

Veelgestelde vragen

Is witte ruis veilig?

Witte ruis kan helpen, maar sommige apparaten zijn op vol volume veel te hard (Hugh e.a., 2014). Zet het zacht, ongeveer als een rustige douche in de verte, verderop in de kamer en nooit in of op het bedje.

Hoe lang duurt een slaapregressie met korte dutjes?

Meestal wordt het na een paar dagen tot een paar weken weer rustiger. Heb je in die tijd meer geholpen? Dat is niet erg: je kunt later stap voor stap terug.

Vanaf welke leeftijd kan een baby slaapcycli aan elkaar koppelen?

Dat verschilt enorm. Veel baby’s hebben tussen twee cycli nog lang hulp nodig, en dat is normaal. Het is geen vaardigheid die je moet trainen.

Wat is het verschil tussen een sprongetje en een slaapregressie?

De ‘sprongetjes’ uit Oei, ik groei! op vaste momenten zijn wetenschappelijk omstreden. ‘Slaapregressie’ is een populaire term. Allebei beschrijven ze dat groeien de slaap even onrustiger kan maken.

Moet ik mijn kind in bed laten liggen als hij niet slaapt?

Ligt hij tevreden te kletsen, dan is rust in bed ook waardevol. Soms zakt hij alsnog weg. Wordt hij verdrietig of roept hij je, dan ga je naar hem toe. Lukt het niet, haal hem er dan uit. Rust in bed is een aanbod, geen opdracht.

Meer rust met ritme als houvast

In de online cursus Slaap van 4 tot 24 maanden leer je hoe dutjes veranderen, hoe je ritme als houvast gebruikt en hoe je, als jullie dat willen, stap voor stap minder helpt, zonder laten huilen. Loop je vast of wil je dat iemand met je naar je logboek kijkt? Boek dan een persoonlijke online sessie met iemand van het PIP-team.

Dit artikel vervangt geen medisch advies. Maak je je zorgen over je kind, neem dan contact op met je huisarts of het consultatiebureau.