Dag en nacht omgedraaid bij je pasgeboren baby

Dag en nacht omgedraaid bij je pasgeboren baby

Overdag slaapt je baby heerlijk. In de kinderwagen, op je borst, midden in het geroezemoes van de kamer. En dan wordt het nacht, en ligt hij met grote ogen om zich heen te kijken. Om twee uur. Om vier uur. Terwijl jij alleen nog maar wilt slapen.

Herkenbaar? Je baby heeft dag en nacht nog niet uit elkaar. Dat is heel normaal, en je kunt hem helpen. Hieronder lees je waarom het zo gaat en wat je kunt doen, zonder strak schema en zonder laten huilen.

Herken je dit?

  • Je baby slaapt overdag lange stukken, ook met veel geluid om zich heen.
  • ’s Nachts is hij wakker en alert, of wil hij steeds drinken.
  • Hij gaat ’s avonds pas laat echt slapen, rond tien of elf uur.
  • Overdag is hij tevreden, ’s nachts onrustig.

Waarom je baby dag en nacht door elkaar haalt

Wij hebben een interne klok. Als het donker wordt, maakt ons lijf melatonine aan, een stofje dat ons slaperig maakt. Een pasgeborene heeft die klok nog niet. Voor hem is drie uur ’s middags hetzelfde als drie uur ’s nachts. Hij slaapt als hij moe is en wordt wakker als hij honger heeft.

Die biologische klok ontwikkelt zich meestal tussen twee en vier maanden. Rond drie maanden ontstaat bij veel baby’s een duidelijker dag-en-nachtpatroon. Echt stevig is de klok pas rond de eerste verjaardag.

Tot die tijd slaapt je baby vooral als zijn ‘slaapemmertje’ vol is. Bij een pasgeborene loopt dat heel snel vol. Daarom slaapt hij vaak zo’n 16 tot 18 uur per etmaal, verspreid over dag en nacht.

En ’s nachts wakker worden? Dat hoort erbij. In de eerste vier maanden is elke 2 tot 4 uur wakker worden heel normaal. Een klein maagje, een snelle vertering, korte slaapcycli: je baby is gemaakt om regelmatig wakker te worden. Slaapt hij al eens 5 à 6 uur achter elkaar? Dan noemen we dat op deze leeftijd doorslapen. Maar het is geen norm.

Wat helpt

1. Laat de dag dag zijn. Gordijnen open, daglicht, naar buiten als het lukt. Praat en zing gerust, ook tijdens de voedingen. Dutjes hoeven in de eerste weken niet in een pikdonkere, stille kamer. Daglicht zet de klok.

2. Laat de nacht nacht zijn. Donker, stil, kort en saai. Blijf zo mogelijk in de slaapkamer. Praat zacht en weinig; een zacht “sssh” is genoeg. Wit en blauw licht, van een plafondlamp of je telefoon, remt de aanmaak van melatonine het sterkst. Een klein lampje met rood of oranje licht verstoort het ritme het minst. Een plasluier kan vaak tot de ochtend; een poepluier verschoon je wel.

3. Voed overdag genoeg. Baby’s verdelen hun voeding over het hele etmaal. Wat overdag ontbreekt, halen ze vaak ’s nachts in. Laat er overdag daarom niet meer dan ongeveer drie uur tussen de voedingen zitten, en laat een dutje niet langer duren dan zo’n drie uur. Slaapt hij dan nog, maak hem rustig wakker. Hoe je voeden en slapen laat samenwerken, lees je in Voeden en slapen in de eerste maanden.

4. Houd hem overdag niet lang wakker. Veel ouders denken: als hij overdag minder slaapt, slaapt hij ’s nachts beter. Bij baby’s werkt het meestal andersom. Slaap zorgt voor slaap. Tot 4 maanden ligt de wakkertijd tussen 45 en 90 minuten, met als vuistregel ongeveer een uur. Let op vroege slaapsignalen: staren, wegkijken, rustiger worden, een klein gaapje, roze oogleden. Kijk naar je kind én de klok; je kind gaat voor.

5. Een late bedtijd mag. In de eerste weken gaat je baby ’s avonds vaak pas laat echt slapen. Een bedtijd rond 22:00 of 23:00 uur is dan normaal. Het eerste stuk van de nacht is vaak het langste. Leg hem in zijn eigen bedje als jullie zelf gaan slapen, zodat jij dat stuk mee kunt pakken.

6. Luister eerst even. Tussen twee slaapcycli komt je baby bijna boven. Hij knort, piept, draait en zakt vaak vanzelf weer weg. Luister dus eerst even. Hoor je dat hij je nodig heeft, ga dan. Zoekt hij met zijn mondje, dan voed je. Is hij overstuur, dan troost je.

Rond 3 à 4 maanden: bedtijd naar voren

Rond drie à vier maanden gaat je baby in de vroege avond meer melatonine aanmaken. Dan schuift de bedtijd bij de meeste baby’s naar ergens tussen 18:30 en 19:30 uur. Houd je hem dan lang wakker, dan wordt inslapen juist moeilijker. Je kunt op twee manieren vervroegen:

  • Het laatste dutje wordt bedtijd. Doet je baby ’s avonds nog een dutje, begin dan daarvoor met je bedritueel: badje of washandje, slaapzak, voeden, liedje, bed. Wordt hij daarna nog wakker, dan voed je in de rustige nachtmodus en leg je hem terug. Vaak wordt dat avonddutje binnen een week of zo het begin van de nacht.
  • Elke avond een kwartiertje eerder. Fijn voor baby’s die gevoelig zijn voor grote veranderingen.

Het helpt om ook de ochtend vaster te maken. Begin de dag rond hetzelfde tijdstip, tussen 6:30 en 8:00 uur, met daglicht. Daarvoor mag je hem wekken. Alles vóór zes uur zie je als nacht: rustig voeden, donker houden en weer terug. Dat is een praktische afspraak, geen wet.

Overdag tevreden, ’s nachts onrustig

’s Nachts ligt je baby verder van je af, en dan mist hij je gewoon. Dat is geen aanstellerij. Het kan ook zijn buikje zijn, of maagzuur, dat vaak erger wordt als hij plat ligt. En zit het huilen vooral in de avond? Lees dan ook De huilpiek.

Nabijheid mag, en veilig slapen gaat altijd voor. Je baby slaapt de eerste zes maanden in zijn eigen bedje op jullie slaapkamer. Samen in één bed slapen is onder de vier maanden niet veilig. Voed ’s nachts niet op de bank, en vallen je ogen dicht, leg hem dan terug in zijn bedje. Alles op een rij lees je in Veilig slapen voor je baby.

En jij?

Korte nachten zijn zwaar. Verdeel de nacht als dat kan in twee blokken, zodat ieder van jullie een stuk achter elkaar slaapt. Geef je borstvoeding, dan kan je partner de baby halen, verschonen en terugleggen, en voed jij alleen.

Wanneer overleg je?

Wordt je baby nacht na nacht vaker dan elke twee uur wakker? Kijk dan samen met het consultatiebureau of er iets meespeelt, zoals voeding, ongemak of oververmoeidheid.

Bel meteen de huisarts, of ’s avonds en in het weekend de huisartsenpost, als je baby jonger is dan 3 maanden en koorts heeft, slap of suf is, moeilijk ademt, slecht drinkt of veel minder natte luiers heeft, of ontroostbaar huilt op een manier die je niet kent. Snurkt hij veel of lijkt hij adempauzes te hebben? Laat het nakijken. En raak je zelf uitgeput? Ook dat is een goede reden om hulp te vragen bij je huisarts of het consultatiebureau.

Veelgestelde vragen

Wanneer weet mijn baby het verschil tussen dag en nacht?

Dat verschilt per baby. De biologische klok ontwikkelt zich meestal tussen twee en vier maanden, en rond drie maanden zien veel ouders een duidelijker patroon. Met daglicht overdag en een donkere, saaie nacht help je die klok op gang.

Moet ik mijn baby overdag wakker houden, zodat hij ’s nachts beter slaapt?

Nee. Slaap zorgt voor slaap. Een baby die te lang wakker is, raakt oververmoeid en slaapt ’s nachts vaak juist onrustiger. Wel laat je een dutje overdag niet langer duren dan ongeveer drie uur, zodat de voedingen doorgaan.

Moet ik mijn baby ’s nachts wekken voor een voeding?

Alleen zolang hij nog niet terug is op zijn geboortegewicht, of langer als je verloskundige, kraamverzorgende of het consultatiebureau dat adviseert. Is hij weer op gewicht en groeit hij goed, dan hoef je hem ’s nachts niet meer te wekken.

Moeten dutjes overdag in het donker?

In de eerste weken niet. Een pasgeborene slaapt vaak prima door het gewone huisgeluid heen, en daglicht helpt zijn klok juist. Tussen twee en drie maanden slaapt hij minder makkelijk overal doorheen. Dan helpt een rustige, wat donkere plek voor dutjes.

Wanneer slaapt mijn baby door?

Bij een baby tot vier maanden noemen we 5 à 6 uur achter elkaar al doorslapen. Sommige baby’s doen dat rond twee maanden, veel baby’s nog lang niet. Allebei normaal. De slaap van je baby is geen rapportcijfer voor jouw ouderschap.

Mag ik mijn baby ’s nachts laten huilen, zodat hij went aan de nacht?

Nee. Bij PIP werken we 100% zonder slaaptraining. Je mag eerst even luisteren, want baby’s maken veel geluid in hun slaap. Hoor je dat hij je nodig heeft, ga dan. Een jonge baby heeft jou ’s nachts nodig, en dat is precies goed.

Meer rust in de eerste maanden

In de online cursus Slaap van 0 tot 4 maanden leer je hoe een pasgeborene slaapt, hoe je ritme als houvast gebruikt en hoe je de bedtijd zacht vervroegt, met veel nabijheid en zonder laten huilen. Loop je vast? Boek dan een persoonlijke online sessie met iemand van het PIP-team.

Dit artikel vervangt geen medisch advies. Maak je je zorgen over je kind, neem dan contact op met je huisarts of het consultatiebureau.